Hoe wiskundig programmeren is.

     Een (goed opgezet) programma vertoont een grote structurele analogie met elke (goed opgezette) mathematische theorie. Het werk van de programmeur onderescheidt zich daardoor voor mijn gavoel niet wezenlijk van dat ven de creatieve mathematicus.

     Er zijn echter (meer of minder) duidelijke accentsverschillen:
1)   de basisconcepten der programmering zijn gering in aantal en vrij simpel (misleidend sipel, zo je wilt); het is daardoor een ideaal oefanterrein voor ontwikkeling. (Daarbij komt nog de louterende, correctieve invloed van de eis, dat het programme uiteindelijk acht moet werken!)
2)   veel wiskundeonderwijs doceert bestaande theorieen, dwz. maakt de student vertrouwd met een specifiek (uitgebried) begrippenarsenaal; de programmeur zal evenwel iedere keer het passende begrippenarsenaal zelf moeten ontwikkelen. Dit beroep op zijn actief abstractievermogen maakt programmeren tot een naar aard creatiever werk dan die wiskundebeosfening, die zich beperkt tot het toepassen van bestaande theorieen.
3)   doordat vele programme's zo groot zijn en nochtans werken moeten, leert de programmeur een bewustere ontwikkelingsmethodologie. En dat is, wat je moet proberen te doceren! Voor extensive kennisoverdrach zie ik veel minder rechtvaardiging.


transcribed by Andreas Jonsson
revised Mon, 17 Dec 2007